“Onze club NAC Breda wordt al enige tijd verkwanseld”, schreef een goede vriend op LinkedIn, na weer een hopeloos resultaat, 0-0 uit bij Helmond Sport. In die tamelijk korte zin heeft haast ieder woord onnoemelijk veel en ver dragende betekenis. “Onze club” gekoppeld aan de plaatsnaam “Breda”: het zegt alles over ‘verbondenheid met’. Met de club, met de stad. Het “verkwanselen” van een club doet weliswaar wat naïef aan, of dat het geen big business betreft. Het voetbal is al heel lang bijzaak; het uitverkocht stadion, de hoogste bieromzet van voetballend Nederland, kortom: het ‘Avondje NAC’ werd al tientallen jaren geleden door een voorzitter uitgeroepen tot ‘core business’ van de BV NAC. Of dat er anno 2020 nog iets zou bestaan als clubcultuur. Even weer iets terug in betreffende zin: “enige tijd” is ietwat eufemistisch uitgedrukt.
NAC Breda worstelt al decennialang met identiteit. Ooit was het de club van ‘toffe jongens’, spelend in de kleinschaligheid en authenticiteit aan de Beatrixstraat, omarmd door woningen, bijna in het hart van de stad, waren het ook voornamelijk Bredase voetballers, of jongens die afkomstig waren uit het achterland van Breda, die de harten deden bekoren of werden uitscholden voor rotte vis vanaf de Spion Kop en B-Side. Maar er is geen talent meer in de stad, nog in de regio, die zich uitstrekt tot ver in Zeeland. Tenminste, klaarblijkelijk volgens de deskundigen. Alles wat van ver komt, is ook bij NAC Breda beter. Die vaderlandse trend is Breda niet voorbij gereisd. Okay, NAC Breda blijft uniek, als Eerste Divisionist met steeds een uitverkocht stadion. Maar weliswaar met een periodetitel op zak, is inmiddels ook de kans op directe promotie min of meer ‘verkwanseld’.
Voetballend Breda is zoveel meer dan NAC alleen. Alleen de twee grootste amateurvoetbalverenigingen van de stad, JEKA en Baronie, hebben tezamen al ruim 3.000 leden, waarvan meer dan 2.000 jeugdspelers. Een unieke pool van talent, zou ik zo denken. Zowel pure JEKA- als wel Baronie-aanhangers behoren tot de meest fanatieke NAC-supporters. Wanneer we eindelijk eens over een lange termijn na durven te denken, over vergaande samenwerking ook, hoeft topvoetbal in Breda geen utopie te zijn. Met het behoud van eigen clubculturen kunnen de afzonderlijke verenigingen ook gewoon blijven bestaan, spelend in de eigen omgeving. Een driehoeksverhouding zie ik bovenal wel zitten. Breda United!