NOOIT MEER ‘OVER DE KOPPEN KUNNEN LOPEN’

We zijn lang niet meer zo opportunistisch als we geweest zijn, zo bedacht ik me. Heel even, een week of wat vanaf het moment dat het Corona-virus ook in Nederland een serieus verhaal werd, werd er laconiek gesproken over wat nu de meest maatschappij-ontwrichtende crisis sinds de Tweede Wereldoorlog genoemd mag worden. Een paar dwazen daargelaten die nog steeds in de weekenden onder het mom van ‘Schijt aan Corona’ feestjes en barbecues organiseren, is het Nederlandse volk uitermate gedisciplineerd. In het afgelopen Paasweekeinde werd zelfs de familie massaal genegeerd; dat wil zeggen: ook nu bleef men veelal thuis en werden familiebezoeken naar de lange termijn verschoven. Voor sommigen natuurlijk op zich een feest omdat ze gevrijwaard bleven van het verplichte nummer richting schoonmoeder. (Video-)bellen kon en kan natuurlijk nog steeds. Nederland accepteert in grote getalen en dat valt me oprecht mee.

Landen als Spanje en Italië zitten zoals het tegenwoordig heet letterlijk “op slot”. België was al vanaf het begin wat strenger dan Nederland in haar maatregelen – opvallend: ondanks dat worden er meer Corona-doden geteld bij onze zuiderburen dan bij ons, terwijl er toch maar 11,5 miljoen Belgen rondlopen tegenover ruim 17 miljoen Nederlanders (!) en Nederland veel dichtbevolkter is dan België.

Nee, dan Zweden, in vele opzichten toch een soort van modelstaat waar het gaat om evenwichtigheid, tolerantie en vrijheid. Maar misschien juist daarom doet de regering daar simpelweg een beroep op de “vrijwillige bijdrage van het volk”. Er wordt dan wel geadviseerd zoveel mogelijk thuis te blijven, alle winkels, scholen en andere instellingen waar veel mensen bijeenkomen blijven vooralsnog gewoon open. Daarbij, in Stockholm, Göteborg, Malmö, overal in Zweden, blijken de cafés en restaurants nog op volle toeren te draaien. Dit terwijl er inmiddels bijna 800 Corona-slachtoffers zijn gevallen in het Scandinavische land, meer dan in de buurlanden Noorwegen en Finland bij elkaar.

Wij kennen dus een ‘intelligente’ lock-down. En, als gezegd, Nederlanders geven er over het algemeen gehoor aan. Wanneer ik op mijn damesfiets rondpeddel door mijn geliefde Bredase binnenstad om even een frisse neus te halen dan zie ik slechts enkele wandelaars, alleen of met zijn tweeën, nooit grote groepen die er een feestje van willen maken in de zon.

Maar toch houd ik mijn hart vast. Al een week lang lijken de gepubliceerde cijfers een positieve trend weer te geven. Bijna iedere dag minder Corona-doden, minder IC-bedden bezet in vergelijking met een dag eerder. Er wordt hier en daar al voorzichtig gesproken over een mogelijke versoepeling van de maatregelen vanaf eind april. En dat vind ik een beetje eng. Zeker omdat in deze gesprekken de economische kaart wordt gespeeld. Maar ik ben niet angstig vanwege het weer op gang komen van een bepaalde bedrijvigheid dadelijk, daar waar het met in achtneming van richtlijnen prima mogelijk is. Het zou voor mij persoonlijk een godsgeschenk zijn wanneer ik weer enigszins aan de slag zou kunnen.

Nee, ik ben bang voor hetgeen waarop ik me zelf het meest verheug. Wanneer de horeca, waarschijnlijk met afstand de hardst getroffen branche in onze economie, dadelijk weer tekenen van leven gaat vertonen, breekt mijns inziens de hel los. Hoe ga je dat organiseren? Okay, een terras openen met de voorwaarde dat gasten een bepaalde afstand bewaren zal nog wel lukken. In bepaalde restaurants is ook nog wel iets te organiseren in die richting wanneer er wat tafels worden weggehaald en/of verschoven. Maar binnen de cafés, aan de toog, hoe hou je daar afstand? En wanneer de mogelijkheden er wel enigszins zijn, wie handhaaft? Ja, natuurlijk de kastelein, die ook de ongetwijfeld astronomische boetes zal moeten betalen wanneer gasten zich niet houden aan de richtlijnen. Net als bij de invoering van het rookverbod zal niet de overtreder maar de uitbater van het etablissement moeten boeten voor het wangedrag van zijn gast.

NOOIT MEER ‘OVER DE KOPPEN KUNNEN LOPEN’

We zijn lang niet meer zo opportunistisch als we geweest zijn, zo bedacht ik me. Heel even, een week of wat vanaf het moment dat het Corona-virus ook in Nederland een serieus verhaal werd, werd er laconiek gesproken over wat nu de meest maatschappij-ontwrichtende crisis sinds de Tweede Wereldoorlog genoemd mag worden. Een paar dwazen daargelaten die nog steeds in de weekenden onder het mom van ‘Schijt aan Corona’ feestjes en barbecues organiseren, is het Nederlandse volk uitermate gedisciplineerd. In het afgelopen Paasweekeinde werd zelfs de familie massaal genegeerd; dat wil zeggen: ook nu bleef men veelal thuis en werden familiebezoeken naar de lange termijn verschoven. Voor sommigen natuurlijk op zich een feest omdat ze gevrijwaard bleven van het verplichte nummer richting schoonmoeder. (Video-)bellen kon en kan natuurlijk nog steeds. Nederland accepteert in grote getalen en dat valt me oprecht mee.

Landen als Spanje en Italië zitten zoals het tegenwoordig heet letterlijk “op slot”. België was al vanaf het begin wat strenger dan Nederland in haar maatregelen – opvallend: ondanks dat worden er meer Corona-doden geteld bij onze zuiderburen dan bij ons, terwijl er toch maar 11,5 miljoen Belgen rondlopen tegenover ruim 17 miljoen Nederlanders (!) en Nederland veel dichtbevolkter is dan België.

Nee, dan Zweden, in vele opzichten toch een soort van modelstaat waar het gaat om evenwichtigheid, tolerantie en vrijheid. Maar misschien juist daarom doet de regering daar simpelweg een beroep op de “vrijwillige bijdrage van het volk”. Er wordt dan wel geadviseerd zoveel mogelijk thuis te blijven, alle winkels, scholen en andere instellingen waar veel mensen bijeenkomen blijven vooralsnog gewoon open. Daarbij, in Stockholm, Göteborg, Malmö, overal in Zweden, blijken de cafés en restaurants nog op volle toeren te draaien. Dit terwijl er inmiddels bijna 800 Corona-slachtoffers zijn gevallen in het Scandinavische land, meer dan in de buurlanden Noorwegen en Finland bij elkaar.

Wij kennen dus een ‘intelligente’ lock-down. En, als gezegd, Nederlanders geven er over het algemeen gehoor aan. Wanneer ik op mijn damesfiets rondpeddel door mijn geliefde Bredase binnenstad om even een frisse neus te halen dan zie ik slechts enkele wandelaars, alleen of met zijn tweeën, nooit grote groepen die er een feestje van willen maken in de zon.

Maar toch houd ik mijn hart vast. Al een week lang lijken de gepubliceerde cijfers een positieve trend weer te geven. Bijna iedere dag minder Corona-doden, minder IC-bedden bezet in vergelijking met een dag eerder. Er wordt hier en daar al voorzichtig gesproken over een mogelijke versoepeling van de maatregelen vanaf eind april. En dat vind ik een beetje eng. Zeker omdat in deze gesprekken de economische kaart wordt gespeeld. Maar ik ben niet angstig vanwege het weer op gang komen van een bepaalde bedrijvigheid dadelijk, daar waar het met in achtneming van richtlijnen prima mogelijk is. Het zou voor mij persoonlijk een godsgeschenk zijn wanneer ik weer enigszins aan de slag zou kunnen.

Nee, ik ben bang voor hetgeen waarop ik me zelf het meest verheug. Wanneer de horeca, waarschijnlijk met afstand de hardst getroffen branche in onze economie, dadelijk weer tekenen van leven gaat vertonen, breekt mijns inziens de hel los. Hoe ga je dat organiseren? Okay, een terras openen met de voorwaarde dat gasten een bepaalde afstand bewaren zal nog wel lukken. In bepaalde restaurants is ook nog wel iets te organiseren in die richting wanneer er wat tafels worden weggehaald en/of verschoven. Maar binnen de cafés, aan de toog, hoe hou je daar afstand? En wanneer de mogelijkheden er wel enigszins zijn, wie handhaaft? Ja, natuurlijk de kastelein, die ook de ongetwijfeld astronomische boetes zal moeten betalen wanneer gasten zich niet houden aan de richtlijnen. Net als bij de invoering van het rookverbod zal niet de overtreder maar de uitbater van het etablissement moeten boeten voor het wangedrag van zijn gast.

NOOIT MEER ‘OVER DE KOPPEN KUNNEN LOPEN’

We zijn lang niet meer zo opportunistisch als we geweest zijn, zo bedacht ik me. Heel even, een week of wat vanaf het moment dat het Corona-virus ook in Nederland een serieus verhaal werd, werd er laconiek gesproken over wat nu de meest maatschappij-ontwrichtende crisis sinds de Tweede Wereldoorlog genoemd mag worden. Een paar dwazen daargelaten die nog steeds in de weekenden onder het mom van ‘Schijt aan Corona’ feestjes en barbecues organiseren, is het Nederlandse volk uitermate gedisciplineerd. In het afgelopen Paasweekeinde werd zelfs de familie massaal genegeerd; dat wil zeggen: ook nu bleef men veelal thuis en werden familiebezoeken naar de lange termijn verschoven. Voor sommigen natuurlijk op zich een feest omdat ze gevrijwaard bleven van het verplichte nummer richting schoonmoeder. (Video-)bellen kon en kan natuurlijk nog steeds. Nederland accepteert in grote getalen en dat valt me oprecht mee.

Landen als Spanje en Italië zitten zoals het tegenwoordig heet letterlijk “op slot”. België was al vanaf het begin wat strenger dan Nederland in haar maatregelen – opvallend: ondanks dat worden er meer Corona-doden geteld bij onze zuiderburen dan bij ons, terwijl er toch maar 11,5 miljoen Belgen rondlopen tegenover ruim 17 miljoen Nederlanders (!) en Nederland veel dichtbevolkter is dan België.

Nee, dan Zweden, in vele opzichten toch een soort van modelstaat waar het gaat om evenwichtigheid, tolerantie en vrijheid. Maar misschien juist daarom doet de regering daar simpelweg een beroep op de “vrijwillige bijdrage van het volk”. Er wordt dan wel geadviseerd zoveel mogelijk thuis te blijven, alle winkels, scholen en andere instellingen waar veel mensen bijeenkomen blijven vooralsnog gewoon open. Daarbij, in Stockholm, Göteborg, Malmö, overal in Zweden, blijken de cafés en restaurants nog op volle toeren te draaien. Dit terwijl er inmiddels bijna 800 Corona-slachtoffers zijn gevallen in het Scandinavische land, meer dan in de buurlanden Noorwegen en Finland bij elkaar.

Wij kennen dus een ‘intelligente’ lock-down. En, als gezegd, Nederlanders geven er over het algemeen gehoor aan. Wanneer ik op mijn damesfiets rondpeddel door mijn geliefde Bredase binnenstad om even een frisse neus te halen dan zie ik slechts enkele wandelaars, alleen of met zijn tweeën, nooit grote groepen die er een feestje van willen maken in de zon.

Maar toch houd ik mijn hart vast. Al een week lang lijken de gepubliceerde cijfers een positieve trend weer te geven. Bijna iedere dag minder Corona-doden, minder IC-bedden bezet in vergelijking met een dag eerder. Er wordt hier en daar al voorzichtig gesproken over een mogelijke versoepeling van de maatregelen vanaf eind april. En dat vind ik een beetje eng. Zeker omdat in deze gesprekken de economische kaart wordt gespeeld. Maar ik ben niet angstig vanwege het weer op gang komen van een bepaalde bedrijvigheid dadelijk, daar waar het met in achtneming van richtlijnen prima mogelijk is. Het zou voor mij persoonlijk een godsgeschenk zijn wanneer ik weer enigszins aan de slag zou kunnen.

Nee, ik ben bang voor hetgeen waarop ik me zelf het meest verheug. Wanneer de horeca, waarschijnlijk met afstand de hardst getroffen branche in onze economie, dadelijk weer tekenen van leven gaat vertonen, breekt mijns inziens de hel los. Hoe ga je dat organiseren? Okay, een terras openen met de voorwaarde dat gasten een bepaalde afstand bewaren zal nog wel lukken. In bepaalde restaurants is ook nog wel iets te organiseren in die richting wanneer er wat tafels worden weggehaald en/of verschoven. Maar binnen de cafés, aan de toog, hoe hou je daar afstand? En wanneer de mogelijkheden er wel enigszins zijn, wie handhaaft? Ja, natuurlijk de kastelein, die ook de ongetwijfeld astronomische boetes zal moeten betalen wanneer gasten zich niet houden aan de richtlijnen. Net als bij de invoering van het rookverbod zal niet de overtreder maar de uitbater van het etablissement moeten boeten voor het wangedrag van zijn gast.

De door Rutte aangekondigde 1,5 meter-samenleving zal een doodsteek zijn voor de café-branche. Dat we in de komende jaren elkaar niet meer overdreven en ongelimiteerd kunnen aflebberen in publieke lokalen, dat beseffen de meesten onder ons wel. Dat we voorlopig geen gigantische festijnen meer zullen hebben waarbij men spreekwoordelijk ‘over de hoofden kan lopen’, dat begrijpen we ook. Dus, stel de (volledige) opening van cafés uit, alleen maar vanuit gezond verstand. Dan zal een deel van de horeca inderdaad sterven, dat doet het nu overigens al, maar hoe erg dat ook is, niemand wil een nieuwe piek in daadwerkelijke doden.  

Gepubliceerd door robbyiswritingforever

Schrijver, wijnadviseur, observator van alles, sportliefhebber...

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag