Als allround regionaal sportverslaggever kom je nog eens ergens. Dit keer gewoon in mijn eigen stad, in een zwembad dat ik nooit eerder bezocht. Wel een met dezelfde naam, maar dat bad is inmiddels verdwenen.
Het ging om waterpolo, Derde Divisie, en het betrof een streekderby. Geen grootse taferelen gingen eraan vooraf, aan dit treffen tussen een ploeg uit een kleine stad in de nabijheid van een veel grotere. Geen viaducten tussen de beide plaatsen die in clubkleuren waren geschilderd, geen hate mails en geen afschuwelijke berichten op social media. Men sprong in het water en het was lekker ´ballen´ geblazen, zo was het voornemen. De publieke belangstelling viel wat tegen. Naast mijzelf en de dienstdoende fotograaf, we pakten fors uit deze keer voor een wat kleinere sport, waren er zo´n twintig aanwezigen, supporters die in aantal tamelijk eerlijk verdeeld waren over beide rivalen.
Veertien mannen in een zwembad, drie a vier reserves per ploeg in stoeltjes aan de wal, twee coaches langs de kant, evenzoveel goals drijvend in het water. En dus de karige schare toeschouwers. Maar hoeveel mooier kan het worden op een zaterdagavond. Lekker die wedstrijd ingaan. Winnen of verliezen tegen die gasten van tien kilometer verderop die elkaar allemaal kennen. Na afloop lachend een pot bier drinken, geintjes over en weer uithalen en lachen over de talloze overtredingen onder water en´onder de gordel´ die nu eenmaal bij deze sport horen. Het zijn echte mannen namelijk, die waterpoloers.
Naast genoemde spelers, coaches en toeschouwers lopen er twee in het smetteloos wit gestoken mannen langs de rand van het bad. Ze zijn van de KNZB, de zwembond waaronder ook waterpolo nu eenmaal georganiseerd is. Het zijn de scheidsrechters van dienst. De jongere van de twee loopt aan de overkant, de routinier heeft de moeilijkste positie voor zijn rekening genomen. Vlak onder de tribune. Waarschijnlijk meer ervaren, dus:´noblesse oblige’. Hij is kaal, en stevig deze arbiter. De blik in zijn ogen, zijn algehele uitstraling zegt genoeg: “Met deze man ga je geen loopje nemen.” Vastberaden is hij in zijn beslissingen. Zijn aangeboren leiderschap moet het kritisch publiek doen verstillen.
Maar het loopt anders. Een supporter van de thuisclub roept iets naar onderen bij een wat discutabele beslissing van de gladhoofdige scheids. De criticaster, zelf even zo kaal, verheft zijn stem nog eens en de scheids reageert. Na weer een tegenreactie staakt de arbiter de wedstrijd en loopt samen met zijn wat verbouwereerde collega van de overkant het zwembad uit. Daar had hij namelijk geen zin in gehad, niet op een zaterdagavond.